De federale regering heeft twee nieuwe koninklijke besluiten goedgekeurd die de pensioenopbouw aanpassen voor werknemerspensioenen die ingaan vanaf 2027. De wijzigingen hebben vooral gevolgen voor periodes van werkloosheid, eindeloopbaan en progressieve werkhervatting.
Minder pensioenopbouw bij werkloosheid en eindeloopbaan
Voor bepaalde periodes waarin niet wordt gewerkt – zoals werkloosheid of eindeloopbaan – wordt het pensioen niet berekend op het laatst verdiende loon, maar op een zogenoemd ‘fictief loon’.
Vanaf 1 februari 2025 wordt dat fictief loon voor periodes van werkloosheid en eindeloopbaan beperkt tot het minimumloonplafond (32.764,07 euro per jaar in 2025).
Dat betekent concreet: wie in die stelsels zit, zal minder pensioenrechten opbouwen dan vandaag het geval is. Er blijven wel uitzonderingen bestaan. Zo geldt de beperking niet voor:
- tijdelijke werkloosheid
- landingsbanen of SWT die al liepen of waren aangevraagd vóór 1 februari 2025
Bescherming bij progressieve werkhervatting
Er komt ook een nieuwe beschermingsmaatregel voor werknemers die na een arbeidsongeval of beroepsziekte geleidelijk opnieuw aan het werk gaan.
Omdat het loon tijdens zo’n progressieve werkhervatting vaak lager ligt, zou dat normaal ook een lagere pensioenopbouw betekenen. Om dat te vermijden, wordt voor de pensioenberekening een gunstiger fictief loon toegepast.
Zo heeft progressief hervatten geen negatieve impact op het latere pensioen.
De maatregel geldt retroactief vanaf 1 januari 2025 en is enkel van toepassing wanneer de werkhervatting gebeurt met toestemming van de arbeidsgeneesheer.